Na je pensioen minder rijden komt vaak vanzelf. Je hoeft niet meer elke ochtend naar werk, de files zijn verleden tijd en de dagen krijgen een andere vorm. De auto staat vaker stil. Dan komt de vraag: houd je hem, of ga je met één of zelfs geen auto verder? Het antwoord vind je niet in een gevoel, maar in hoe je werkelijk rijdt.
Dit artikel gaat over het bijhouden van je ritten en over de stap naar één of geen auto. Het gaat niet over het moment van pensioen zelf.
Houd een tijd bij hoe je echt rijdt
Je weet vermoedelijk niet precies hoe vaak je de auto pakt. Mensen schatten vaak hoger of lager dan het is. Daarom helpt het om een tijd bij te houden wat je doet.
Doe dat een paar weken, liefst een maand of langer, zodat ook de uitzonderingen erbij komen. Schrijf bij elke rit op waar je naartoe ging, hoe ver het was en of je een alternatief had gehad. Een schriftje in het dashboardkastje werkt prima, of een notitie op je telefoon.
Wat je meestal ziet, is dat er een paar vaste ritten zijn en een rest die je ook anders had kunnen doen. Die vaste ritten zijn belangrijk. Daar zit wat de auto voor jou betekent.
Na je pensioen minder rijden: wat laat je ritpatroon zien?
Kijk na een paar weken terug. Een paar vragen helpen om het patroon te lezen:
- Hoeveel ritten waren echt niet anders te doen?
- Welke ritten had je ook met de fiets, het OV of een lift kunnen maken?
- Zijn er ritten die je alleen maakte omdat de auto er toch stond?
- Zijn er dagen of weken waarin de auto helemaal niet bewogen heeft?
Soms verrast zo’n overzicht. Iemand die dacht dat hij de auto dagelijks nodig had, ziet dat het er drie of vier keer in de week zijn. Een ander ziet dat een wekelijkse rit naar familie het enige is waarvoor een auto echt nodig is.
Je ritpatroon verandert ook na verloop van tijd. De eerste maanden na je pensioen zijn niet representatief. Kijk daarom ook een half jaar later nog eens.
Van twee auto’s naar één
Heb je thuis twee auto’s, dan is de eerste stap vaak de makkelijkste. Je hoeft niet meteen alles op te geven. Kijk of een van de twee voldoende is voor alles wat je samen doet. Dat vraagt overleg, want twee mensen hebben vaak ook twee ritpatronen.
Let op momenten waarop jullie allebei weg moeten. Als dat eens per maand voorkomt, kun je dat met een lift of een huurauto oplossen. Gebeurt het wekelijks, dan is een tweede auto misschien toch zinvol. Meer daarover lees je in tweede auto verkopen.
Reken ook uit wat het scheelt. Met de rekenhulp voor maandkosten zie je wat elke auto je per maand kost. Zet dat naast wat het zou kosten om een paar keer per jaar iets anders te regelen.
De stap naar geen auto
Helemaal zonder auto is een grotere stap. Voor sommigen is het een opluchting, voor anderen een verlies aan vrijheid. Beide gevoelens zijn echt.
Denk na over wat er verandert. Hoe kom je bij de huisarts, de supermarkt en je kinderen en kleinkinderen? Wat doe je als het slecht weer is of als je je niet goed voelt? Hoe ziet je woonomgeving eruit, zijn er voorzieningen dichtbij en een goede bus of trein?
Het helpt om het eerst te proberen. Laat de auto een maand staan en kijk wat je mist. Zonder dat je hem al weggeeft, merk je snel wat je echt nodig hebt. Dat geeft een eerlijker antwoord dan een vooraf gemaakt plan.
Ook kosten spelen mee. Een auto die weinig rijdt, kost nog steeds verzekering, belasting en onderhoud. Dat zijn vaste lasten die niet kleiner worden omdat je minder kilometers maakt. Daardoor kan de prijs per rit flink oplopen als je maar een paar keer per week wegrijdt. Dat is geen reden om de auto weg te doen, maar wel een cijfer dat je moet kennen.
Wil je meer weten over stoppen met autorijden in het algemeen, lees dan stoppen met autorijden. Wil je het naast elkaar zien, probeer dan de rekenhulp houden of verkopen.
Praat erover met wie het raakt
Zo’n beslissing neem je niet alleen. Je partner heeft er een mening over, en misschien ook je kinderen. Zij zien soms dingen die jij niet ziet, of maken zich zorgen over hoe je ergens komt.
Hoor wat ze zeggen, maar beslis zelf. Het is jouw auto en jouw leven. Een gesprek helpt wel om samen te kijken welke oplossingen er zijn, zoals vaste ritten met familie of afspraken met buren.
Als je besluit de auto te verkopen
Is je keuze gemaakt, dan hoef je niet te haasten. Bij eerlijkbod vraag je een bod aan met je kenteken en vul je de kilometerstand, de staat en eventuele schade in. Iemand bekijkt je aanvraag en maakt één persoonlijk bod, dat je per mail krijgt. Jij beslist, zonder druk.
Ga je akkoord, dan bellen we je om een moment af te spreken en halen we de auto gratis bij je op. Vraag een bod aan als je wilt weten wat je auto waard is. Het is gratis en vrijblijvend.
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of ik mijn auto nog nodig heb?
Houd een paar weken bij waar je naartoe rijdt en welke ritten je ook anders had kunnen doen. Dan zie je wat de auto echt voor je doet.
Moet ik meteen na mijn pensioen beslissen?
Nee. De eerste maanden zijn niet representatief voor hoe je later leeft. Kijk liever na een tijd nog eens naar je ritpatroon.
Kan ik eerst proberen zonder auto?
Ja. Laat de auto een tijd staan en kijk wat je mist, voor je hem verkoopt.
Wat als ik af en toe toch een auto nodig heb?
Dan zijn er alternatieven, zoals een auto lenen, huren of een deelauto gebruiken. Zet die kosten naast de maandkosten van je eigen auto.
Wat doe ik met de tweede auto als we er één houden?
Bekijk welke van de twee het beste past bij jullie ritten en wat elk per maand kost. De andere kan dan weg.
Kost een bod aanvragen bij eerlijkbod iets?
Nee. Aanvragen is gratis en vrijblijvend, en je beslist zelf of je akkoord gaat.
